VERWERKING
MET DE HAND AANGEBRACHT
Breng een schraaplaag van ongeveer 1-2 mm dikte aan door het materiaal krachtig tegen de ondergrond te schrapen.
Breng direct in de gewenste dikte aan, maximaal 15 mm per laag. De wachttijd tussen aanbrengen en afwerken is afhankelijk van het type afwerking en de klimatologische omstandigheden.
Verschillende afwerkingen kunnen worden bereikt met een troffel of spons. Vermijd het gebruik van water in de afwerking.
SPUITAPPLICATIE
Kan worden aangebracht met een spuitapperatuur-trechtertype. Voor een typische toepassing wordt de mortel gespoten met een mondstuk met een diameter van 8-10 mm, bij een luchtdruk van ±3 bar.
Om een gelijkmatige afwerking te verkrijgen moet de spuitkop loodrecht op het oppervlak houden, waarbij ook de afstand tussen spuitkop en oppervlak constant dient te blijven. Maximaal 15 mm per laag.