SikaGrout®-4800
Ultrahogesterkte, niet-krimpende precisiegietmortel, versterkt met metalen toeslagstoffen
SikaGrout®-4800 is een 1-component, niet-krimpende precisiegietmortel op cementbasis met ultrahoge sterkte, versterkt met metalen toeslagstoffen. Na vermenging met water ontstaat een vloeibare mortel die eenvoudig handmatig of machinaal kan worden verwerkt. Geschikt voor laagdiktes van 20 mm tot 150 mm.
- Bevat metalen toeslagstoffen voor zeer hoge sterkte en verbeterde slagvastheid onder dynamische en herhaalde belasting.
- Snelle ontwikkeling van vroege sterkte, ook bij lage temperaturen.
- Zeer hoge einddruksterkte > 110 MPa.
- Geen ontmenging of bloeding.
- Verwerkbaar bij temperaturen vanaf +2 °C.
- Ontwikkeld voor toepassingen waarbij thermische bewegingen van machines en installaties kunnen optreden.
- Goede vloeibaarheid voor volledige vulling en verdichting, ook bij dicht wapeningwerk.
- Handmatige of machinale verwerking mogelijk.
- Zeer geringe krimp.
- Zeer duurzaam.
- Goede weerstand tegen afwisselende vorst-dooi-belasting.
- Zeer lage doorlaatbaarheid voor water en chloriden.
- Sulfaatbestendig.
Samenvatting
Gebruik
SikaGrout®-4800 wordt toegepast voor het monteren en verankeren van:- Industriële turbines, generatoren en compressoren
- Wals-, pers-, slijp-, trek- en afwerkmachines
- Smeedhamers
- Stalen rails en kraanbaanrails
- Fundatieplaten van papiermachines
- Machines en installaties die een zeer hoge druksterkte vereisen
- Constructies blootgesteld aan de betonblootstellingsklassen XC1-4, XF1-4, XD1-3, XS1-3 en XA1-2 volgens EN 206
Voordelen
- Bevat metalen toeslagstoffen voor zeer hoge sterkte en verbeterde slagvastheid onder dynamische en herhaalde belasting.
- Snelle ontwikkeling van vroege sterkte, ook bij lage temperaturen.
- Zeer hoge einddruksterkte > 110 MPa.
- Geen ontmenging of bloeding.
- Verwerkbaar bij temperaturen vanaf +2 °C.
- Ontwikkeld voor toepassingen waarbij thermische bewegingen van machines en installaties kunnen optreden.
- Goede vloeibaarheid voor volledige vulling en verdichting, ook bij dicht wapeningwerk.
- Handmatige of machinale verwerking mogelijk.
- Zeer geringe krimp.
- Zeer duurzaam.
- Goede weerstand tegen afwisselende vorst-dooi-belasting.
- Zeer lage doorlaatbaarheid voor water en chloriden.
- Sulfaatbestendig.
Verpakking
| Zak | 25 kg |
Kleur
Grijs poeder
Product details
TESTRAPPORTEN / CERTIFICATEN
-
CE-markering en prestatieverklaring conform EN 1504-6:2004, producten en systemen voor bescherming en reparatie van betonconstructies, verankering van wapeningsstaal.
Chemische basis
Cement, geselecteerde metalen en minerale toeslagstoffen en speciale additieven.
Houdbaarheid
12 maanden na productiedatum indien opgeslagen bij de hieronder genoemde opslag condities.
Opslagcondities
Opslaan in de originele, ongeopende en onbeschadigde verpakking onder droge omstandigheden bij temperaturen tussen +5 °C en +30 °C. Raadpleeg altijd de verpakking en het meest recente veiligheidsinformatieblad.
Maximale korrelgrootte
4,0 mm
Totaal gehalte chloride-ionen
< 0,01 % | (EN 1015-17) |
Druksterkte
| 16 uur | ≥ 50 N/mm² |
| 1 dag | ≥ 70 N/mm² |
| 7 dagen | ≥ 100 N/mm² |
| 28 dagen | ≥ 110 N/mm² |
Data verkregen bij +20 °C.
Koude temperaturen sterkte ontwikkeling:
| 2 dagen | ≥ 30 N/mm² |
| 7 dagen | ≥ 90 N/mm² |
| 28 dagen | ≥ 100 N/mm² |
Data verkregen bij +2 °C.
E-modulus bij drukbelasting
Statisch:
| Na 90 dagen | 35 900 N/mm² |
Dynamisch:
| Na 28 dagen | 38 000 N/mm² |
| Na 90 dagen | 42 000 N/mm² |
Effectieve draagoppervlak
| 93 tot 95 % | (ASTM C1339-02) |
Buigsterkte
| 16 uur | ≥ 8 N/mm² |
| 1 dag | ≥ 9 N/mm² |
| 7 dagen | ≥ 15 N/mm² |
| 28 dagen | ≥ 17 N/mm² |
Data verkregen bij +20 °C.
Koude temperaturen sterkte ontwikkeling:
| 2 dagen | ≥ 5 N/mm² |
| 7 dagen | ≥ 12 N/mm² |
| 28 dagen | ≥ 16 N/mm² |
Data verkregen bij +2 °C.
Uittrek weerstand
| Verplaatsing bij belasting van 75 kN | 0,36 mm |
Vorst- en dooizoutbestendigheid
| Hechting aan beton na vries-dooi (50 cycli met zout) | ≥ 2,0 N/mm² |
Sulfaat bestendigheid
| Dimensionale verandering na 126 dagen in 10% Na2SO4-oplossing (Wittekindt methode) | Voldoet (diff. = 0,4 mm/m) |
Vorst-dooi weerstand
Geen afschilfering
Applicatie
Mengverhouding
| Per 25 kg zak | 2,5 l water |
Laagdikte
| Minimaal | 20 mm |
| Maximaal | 150 mm |
Producttemperatuur
| Minimaal | +2 °C |
| Maximaal | + 35 °C |
Omgevingstemperatuur
| Minimaal | + 2 °C |
| Maximaal | + 35 °C |
Ondergrondtemperatuur
| Minimaal | + 2 °C |
| Maximaal | + 35 °C |
Pot-life
| Bij + 20 °C | 45 minuten |
Let op: Hogere temperaturen verkorten deze tijd en lagere temperaturen verlengen deze.
Soortelijk gewicht verse mortel
2,7 kg/l
Verbruik
| Voor 1 m³ verse grout | 2370 kg poeder |
Opbrengst
| Vers materiaal per zak | 10,5 l |
De opgegeven verbruiksgegevens zijn theoretische waarden en houden geen rekening met extra materiaalverbruik als gevolg van porositeit van de ondergrond, oppervlakteprofiel, niveauverschillen, materiaalverlies of andere variaties. Voer een proefvlak uit om het exacte verbruik te bepalen voor de specifieke ondergrondcondities en de gekozen verwerkingsmethode.
GEREEDSCHAP
Selecteer de meest geschikte apparatuur voor het project.
Apparatuur voor ondergrondvoorbereiding
- Straalmaterieel voor abrasieve reiniging
- Hoge- of ultrahogedruk waterstraalapparatuur
- Industriële stofzuigapparatuur
- Tijdelijke bekisting
- Lagedruk watersproeiapparatuur
Mengapparatuur
- Dwangmenger (verplicht)
Verwerkingsapparatuur
- Olievrije perslucht
- Emmer of stortgoot voor het creëren van extra hydrostatische druk
- Bij verpompen: geschikte pompinstallatie inclusief alle benodigde toebehoren afgestemd op de toepassing
- Kettingen, banden of aanstampstaven
- Sponsspaan
Apparatuur voor nabehandeling
- Vochtige geotextielmat, bijvoorbeeld jute
- Polyethyleenfolie
VOORBEHANDELING ONDERGROND
Beton
- Verwijder loszittende, beschadigde of onvoldoende draagkrachtige delen.
- Maak verticale zaagsneden om scherpe uitvloeiingen te voorkomen.
- Ruw het betonoppervlak op tot minimaal 2 mm of tot de maximale korrelgrootte.
- Verwijder stof, losse delen en verontreinigingen.
- Verwijder afval uit verankeringsgaten en sparingen.
Metaal
- Verwijder verf, olie, vet, losse roest en andere verontreinigingen.
- Bereid metalen oppervlakken voor volgens reinigingsgraad Sa 2 conform ISO 8501-1.
- Niet toepassen op aluminium oppervlakken.
Uitlijnen van apparatuur
- Plaats de apparatuur en lijn deze nauwkeurig uit.
- Indien stelplaatjes (shims) na het uitharden van de gietmortel worden verwijderd, smeer deze dan licht in met vet om eenvoudige verwijdering mogelijk te maken.
Bekisting
- Selecteer een geschikte bekisting (permanent of tijdelijk) met voldoende sterkte om de gietmortel rondom onderdelen zoals fundatieplaten te kunnen bevatten.
- Breng rondom de machine een bekisting aan die ten minste 20 mm hoger is dan de onderzijde van de te ondergieten fundatieplaat.
- Zorg ervoor dat alle randen en naden van de bekisting volledig zijn afgedicht om lekkage van de gietmortel te voorkomen.
- Indien geen vacuümapparatuur wordt gebruikt om het voorbevochtigingswater te verwijderen, moet de bekisting voorzien zijn van afvoeropeningen voor dit water.
- Breng op alle delen van de bekisting die in contact komen met de gietmortel een polyethyleenfolie of ontkistingsmiddel aan om hechting te voorkomen.
- Maak aan één zijde van de bekisting een stortbak (head box) of vultrechter zodat tijdens het gieten een minimale mortelkolom van 150 tot 200 mm gehandhaafd blijft.
Voorbevochtigen
Voorwaarden
De wateropname van de ondergrond moet bekend zijn en het voorbevochtigen moet hierop zijn afgestemd.
- Verzadig de betonnen ondergrond 2 tot 24 uur vóór verwerking grondig met schoon water onder lage druk of met een natte spons.
- Houd de ondergrond gedurende minimaal 2 uur vóór applicatie continu vochtig.
- Verwijder direct vóór verwerking overtollig water van het oppervlak, uit de bekisting, van de onderzijde van de fundatieplaat en uit holtes of sparingen met behulp van olievrije perslucht.
- Het uiteindelijke oppervlak moet een donker, mat uiterlijk hebben zonder zichtbare waterfilm of glans.
MENGEN
BELANGRIJK
Gebruik geen continu mengende apparatuur
Het product is niet ontworpen voor verwerking met continu mengende apparatuur.
BELANGRIJK
Voer vooraf apparatuurtesten uit
Voer vooraf testen uit om te controleren of het product met de gekozen apparatuur correct kan worden gemengd voordat met de volledige toepassing wordt begonnen.
Voeg geen andere stoffen toe
Opmerking: Het toevoegen van andere stoffen dan de voorgeschreven componenten kan de eigenschappen van het product nadelig beïnvloeden.
Voorwaarden
- Bij koud weer moet warm mengwater worden gebruikt om de sterkteontwikkeling te ondersteunen en de fysische eigenschappen te behouden.
- Bij warm weer moet koud mengwater worden gebruikt om de exotherme reactie te beheersen en het risico op scheurvorming te verminderen.
- Maak de binnenzijde van de dwangmenger vóór het mengen van de eerste batch vochtig met schoon water. Zorg ervoor dat de menger vochtig is, maar geen vrijstaand water bevat.
- Voeg de vooraf afgemeten hoeveelheid water toe aan de dwangmenger.
- Voeg het poeder geleidelijk toe terwijl continu wordt gemengd.
- Meng gedurende minimaal 7 minuten totdat een gladde, homogene en klontvrije consistentie is bereikt.
- Voer bij de eerste menging een vloeimaat- of uitvloeiproef uit.
- Voeg geen extra water toe en meng de gietmortel niet opnieuw nadat deze is begonnen te verharden.
- Verwerk de gietmortel binnen 15 minuten na het mengen. Dit optimaliseert de expansie-eigenschappen van het product.
VERWERKING
BELANGRIJK
Volg de verwerkingsinstructies strikt op
Volg strikt de verwerkingsprocedures zoals beschreven in de verwerkingsrichtlijnen, applicatiehandleidingen en werkinstructies. Deze moeten altijd worden afgestemd op de daadwerkelijke omstandigheden op de bouwplaats.
Aanbrengen: handmatige verwerking
Voorwaarden
Apparatuur in de directe omgeving die trillingen veroorzaakt in de fundatie of fundatieplaat moet vooraf worden uitgeschakeld. Deze apparatuur mag pas weer in gebruik worden genomen nadat de nieuw aangebrachte gietmortel volledig is uitgehard.
- Giet de mortel uitsluitend vanaf één zijde in de stortbak (head box) of rechtstreeks in de bekisting.
- Zorg voor een continue en gelijkmatige mortelstroom om luchtinsluitingen te voorkomen. Laat de verplaatste lucht vrij ontsnappen.
- Bij gebruik van een stortbak dient deze minimaal half gevuld te blijven en zich altijd boven het niveau van de bovenzijde van de fundatieplaat te bevinden. Hierdoor blijft voldoende hydrostatische druk behouden.
- Laat de mortel volledig onder de fundatieplaat doorstromen en aan de tegenoverliggende zijde boven de onderkant van de plaat uitkomen. Hierdoor wordt volledig contact met de onderzijde van de fundatieplaat gewaarborgd.
- Gebruik in grote of moeilijk bereikbare zones kettingen, banden of een aanstampstaaf om de doorstroming van de mortel te bevorderen. Gebruik geen trilapparatuur.
Aanbrengen: verwerking met pomp
Gebruik voor toepassingen met grote volumes geschikte groutpompen.
Voer vooraf apparatuurtesten uit om vast te stellen dat het product probleemloos verpompt kan worden voordat met de volledige uitvoering van het project wordt begonnen.
Afwerking van het oppervlak
- Werk blootliggende morteloppervlakken af tot de vereiste oppervlaktestructuur zodra de mortel begint aan te stijven. Voeg tijdens de afwerking geen water toe aan het oppervlak.
- Bewerk het oppervlak niet overmatig.
- Verwijder de bekisting zodra de gietmortel voldoende is verhard.
- Werk uitstekende mortelranden direct nadat de mortel begint te verharden af. Beperk de omvang van deze randen zoveel mogelijk om het risico op scheurvorming te verminderen.
NABEHANDELING TIJDENS DOORHARDING
Bescherm blootliggende gietmorteloppervlakken na de afwerking tegen voortijdige uitdroging en scheurvorming door een geschikte nabehandelingsmethode toe te passen, zoals:
-
Curing compounds (nabehandelingsmiddelen);
-
Vochtige geotextielmatten, bijvoorbeeld jute;
-
Polyethyleenfolie.
-
Bescherm de gietmortel tijdens de uitharding tegen wind, regen, vorst en direct zonlicht.
-
Pas bij koude weersomstandigheden geïsoleerde afdekdekens toe om een constante temperatuur te handhaven en beschadiging van het oppervlak door bevriezing en vorst te voorkomen.
REINIGEN VAN GEREEDSCHAP
Reinig alle gereedschappen en verwerkingsapparatuur onmiddellijk na gebruik met water. Uitgehard materiaal kan uitsluitend mechanisch worden verwijderd.